Vraag: Hoe lang is mout houdbaar?
Antwoord: Mouten zijn, mits goed bewaard, tot minstens een jaar houdbaar. Bewaar mout op een droge, koele plaats in ademende verpakking. Mout die verpakt is in plastic kan gaan broeien of schimmelen. De geur van de mout is meestal een goede indicator voor de ‘versheid’: ruikt de mout nog ‘fris’, dan is er niets aan de hand. Indien de mout muf en schimmelig gaat ruiken, is het verstandig de mout in de biobak te gooien!

Vraag: Ik wil graag een bier brouwen met ongemout graan (spelt). Waarop moet ik letten om het eindresultaat niet een al te grote verassing le laten zijn?
Antwoord: Binnen het gilde blijkt nauwelijks ervaring te zijn met het brouwen met ongemoute granen. Problemen die je met ongemout graan kunt verwachten zijn onder andere een trager verlopend maischproces, problemen bij het filteren en troebelheid van je bier. Om de eerste twee te minimaliseren doe je er verstandig aan om niet te veel ongemout graan in een recept te gebruiken. 40 tot 50% van de storting lijkt een redelijke hoeveelheid om eens mee te beginnen. Om de troebeling van je bier te beperken zou je kunnen overwegen om het bier na afloop van de nagisting te klaren. Schrijf je ervaringen op en laat ze ons lezen!

Vraag: Moet ik mout voorbehandelen voor ik het schroot met een walsenmolen?
Antwoord: Dat hangt ervan af wat voor soort moutmolen je gebruikt. Als je een moutmolen gebruikt waarvan de walsen niet ruw genoeg zijn om grip op de mout te krijgen, kan het verstandig zijn de mout te wellen (1 kopje water (200 ml) op 5 kilo mout, gedurende ongeveer 45 min). Let op: gebruik niet te veel water! Bij een te nat voorbewerkte mout loop je het risico dat de mout aan de walsen blijft plakken. De gewelde mout zal minder snel tussen de walsen wegspringen, waardoor het schroten een stuk sneller en efficiënter verloopt. Bij het gebruik van een walsenmolen met voldoende ruwe walsen (zoals bijvoorbeeld de door ons gilde aangeschafte Valley Mill) is het voorwellen van mout niet nodig. De walsen zijn ruw genoeg om voldoende grip te hebben op de mout .

Vraag: Waarom wordt haver toegevoegd bij het brouwen van witbier, en hoe moet ik de haver behandelen?
Antwoord: Haver is een graansoort die vroeger veel werd gebruikt bij het brouwen van bier, maar die momenteel voornamelijk nog in witbier wordt toegepast. sommige thuisbrouwers voegen haver toe ter verbetering van de smaak; het zou een witbier ‘pittiger’ maken. De meest gehoorde reden is te voorkoming van overvloedige schuimvorming. Haver bevat relatief veel oliën in en onder het kafje, die de forse schuimvorming als gevolg van de gebruikte tarwemout neutraliseren. Indien je besluit haver te gebruiken, dien je de haver mee te schroten met de mout. Het beste kun je de haver met de andere granen vermengen, dat schroot een stuk makkelijker. Het schroten van alleen haver is ‘spierballenwerk’, omdat de taaie kafjes de molen doen draaien alsof je kauwgum aan het malen bent! Vervolgens maisch je de haver gewoon mee met de andere granen.

Vraag: Ik heb eens gelezen dat er in mout twee soorten zetmeel zitten. Wat is zetmeel precies en wat is het verschil tussen deze twee soorten?
Antwoord: Zetmeel is een stof die is opgebouwd uit een aaneenschakeling van zeer veel glucose moleculen ((C6H12O6)x). In zaden van granen komen twee soorten zetmeel voor: amylose (22%) en amylopectine (78%). Amylose bestaat uit een lineaire aaneenschakeling van honderden tot enkele duizenden glucose moleculen (alfa -1,4 glucosidische binding). Amylopectine bestaat uit 2.000 tot 500.000 glucose moleculen en bevat, naast lange lineaire glucoseketens (alfa -1,4 glucosidische binding), ook vertakkingen (alfa -1,6 glucosidische binding). Zie artikel 'Zetmeel, suikers en alcohol', gildekrantje december 1995 (Triple-W jaarboek) voor details.